Wat zit er in het pakket?
Het npm-pakket n8n-nodes-mane@0.1.0-beta.2 bevat twee nodes: MANE met 115 acties en MAINE Skills met 5 acties. MANE omvat onder meer projecten en trajecten, taken, records, eigen objecten, offertes, facturen, uren, bestanden, schema’s, events en webhookconfiguraties. MAINE Skills beheert de opgeslagen instructies van je skills.
Deze community-BETA is bedoeld voor self-hosted n8n. Hij staat niet in de geverifieerde nodecatalogus van n8n Cloud. De beschikbare acties geven aan welke verzoeken je kunt opbouwen; de rechten en bedrijfsregels van MANE bepalen welke verzoeken jouw werkruimte accepteert.
Installeren: gebruik de exacte pakketversie
Een eigenaar of beheerder kan communitypakketten installeren op een self-hosted n8n-instance waar dit is toegestaan. Gebruik de onderstaande vaste versie om deze handleiding te volgen. De npm-dist-tag beta volgt het beta-kanaal; gebruik de vaste versie om precies deze uitgave te installeren.
- Open in n8n Settings → Community nodes en kies Install.
- Vul n8n-nodes-mane@0.1.0-beta.2 in bij de pakketnaam.
- Lees de melding over communitycode en bevestig de installatie als je die wilt gebruiken.
- Open de nodekiezer in een workflow en zoek MANE of MAINE Skills.
n8n-nodes-mane@0.1.0-beta.2n8n-nodes-mane@betaJe MANE API-credential instellen
Maak in MANE bij Instellingen → API & webhooks een servicesleutel met alleen de benodigde scopes. Kopieer ook het API-basisadres uit je eigen werkruimte; het eindigt op /api/v1.
Kies in de node een credential van het type MANE API. Vul het basisadres in bij Workspace API Base URL en de sleutel zelf bij Service Key. De node voegt Bearer toe. De verbinding maakt geen sleutel aan en geeft geen extra rechten.
De credentialtest leest GET /workspace en vraagt workspace:read. Een sleutel met alleen projects:read kan dus een project leesactie gebruiken terwijl de werkruimtetest niet is toegestaan. Voeg workspace:read alleen toe als je die werkruimtecontrole wilt gebruiken.
Je eerste leesflow: maximaal tien projecten
Maak een workflow met Manual Trigger en een MANE-node. Kies Project en Get Many, selecteer je credential en stel Limit in op 10. Laat Return All uit voor deze eerste controle. Gebruik projects:read. Projecten en trajecten gebruiken dezelfde technische projectroute.
Voer alleen deze leesstap uit en bekijk de echte uitvoer. De node splitst lijsten standaard in losse n8n-items. De projectnaam van zo’n item lees je met $json.data.name; de ID staat onder $json.data.id. Een lege lijst levert in deze stand geen items voor de volgende node.
Zet Split List Into Items uit wanneer je het oorspronkelijke pagina-antwoord met revision wilt bewaren, ook bij een lege lijst. Bij een pagina met projecten lees je de eerste projectnaam met $json.data[0].name. Controleer de getoonde uitvoer voordat je een veld mapt.
{{ $json.data.name }}{{ $json.data[0].name }}Eigen objecten en velden koppelen
Gebruik Schema → Get Many met schema:read om de catalogus van je werkruimte op te halen. Zet Split List Into Items uit als je de catalogusrevisie wilt behouden. Kies daarna Object Record met de werkelijke objectId en record-ID uit MANE.
Bij Body (JSON) gebruik je de attributen en letterlijke properties-sleutels uit jouw catalogus. Een zichtbaar label zoals Cliënten is niet automatisch de technische object-ID. Getallen blijven getallen en een checkboxwaarde blijft true of false. Benodigde velden kunnen per inrichting verschillen.
Een naam van een cliëntveld kan bijvoorbeeld E-mail zijn. Alleen als dat veld werkelijk bestaat gebruik je bij een gesplitst record $json.data.properties["E-mail"]. Dit is een veldpadvoorbeeld, geen vooraf aangemaakt MANE-veld.
Gecontroleerd schrijven: revisie en idempotentie
Voor dossier- en schemawijzigingen vul je de gelezen Revision en een stabiele Idempotency Key in. Geef de revisie zonder aanhalingstekens; de node maakt daar de If-Match-header van. Hij leest niet stilletjes een nieuwe revisie en herhaalt schrijfverzoeken niet automatisch.
- Lees de actuele werkruimterevisie met Workspace → Get en bewaar die in de flow.
- Kies de bedoelde Create- of Update-actie en gebruik de juiste scope en technische ID’s.
- Vul Body (JSON), de gelezen Revision en een unieke sleutel voor deze externe gebeurtenis plus handeling in.
- Controleer het antwoord en bewaar data.id bij je externe dossier. Lees het detail opnieuw als het schrijfantwoord alleen de ID bevat.
- Bij een conflict met status 409: lees opnieuw en beoordeel de wijziging. Bij een identieke herhaling na een timeout blijven body, revisie en sleutel gelijk.
MAINE Skills: instructies beheren
De aparte node MAINE Skills heeft Get, Get Many, Create, Update en Delete voor /skills. De schrijfvelden zijn name en instructions. Gebruik skills:read om te lezen en skills:write om te wijzigen.
Hiermee kun je bijvoorbeeld een terugkerende werkwijze uit een ander systeem als skillinstructie bewaren. Deze node voert de skill niet uit, start geen AI-chat en genereert geen offerte. Een skill opslaan gebruikt geen MAINE-generatiecredits; AI-uitvoering is geen publieke actie van dit pakket.
Webhooks beheren en events ophalen
MANE heeft acties voor webhookconfiguraties en het lezen van events. Het pakket bevat geen MANE Trigger-node. Een webhook aanmaken is dus iets anders dan een workflow hebben die meldingen veilig ontvangt.
Gebruik voor ontvangst een afzonderlijk ingericht HTTPS-endpoint. Controleer de handtekening over de exacte raw body, de tijdstempel en dubbele event-ID’s voordat een zakelijke actie volgt. Zie de webhookhandleiding voor die controle. Een webhookgeheim kan eenmalig in de uitvoer staan; houd rekening met wie je uitvoeringshistorie kan lezen.
Een alternatief is Event → Get Many op een eigen schema. Bewaar after als tekst en sla het laatst geaccepteerde event-ID duurzaam op. Verwerk hetzelfde event niet opnieuw en voorkom dat je eigen terugschrijfactie een synchronisatielus veroorzaakt.
Lijsten, bestanden en foutafhandeling
Return All haalt waar ondersteund meerdere pagina’s op. Limit is dan de paginagrootte. Max Pages staat standaard op 100; als er daarna nog pagina’s zijn, meldt de node een fout in plaats van een onvolledige lijst als geslaagd te tonen.
Read Retries staat standaard op nul en kan voor GET-verzoeken worden ingesteld. n8n Retry On Fail is een afzonderlijke workflowinstelling: zet die niet blind aan voor schrijfacties. Een fout kan status, code en request-ID bevatten; gebruik die om ontbrekende rechten, conflicten of limieten te onderzoeken.
Download File geeft de inhoud terug als binary.data. Upload File verwacht de beschreven JSON/base64-body. Uploads en webhookbeheer gebruiken niet dezelfde revisie- en idempotentieheaders als dossierwijzigingen. Gebruik de velden die bij de gekozen actie staan.
HTTP Request blijft beschikbaar
Wil je zelf de verzoeken opbouwen, dan kun je ook de standaard HTTP Request-node blijven gebruiken. Gebruik Header Auth met naam Authorization en waarde Bearer gevolgd door je servicesleutel. Stel GET in naar je eigen API-basisadres plus /projects?limit=10.
Bij HTTP Request staat een lijst doorgaans onder data; met de volledige response-wrapper kan de body onder body staan. Gebruik de uitvoer van die node als uitgangspunt. De automatische opsplitsing van de MANE-communitynode is hier niet van toepassing.
Van test naar dagelijks gebruik
Begin met één leesflow en fictieve dossiers. Test daarna één bedoelde wijziging, een verouderde revisie en het opnieuw aanbieden van dezelfde gebeurtenis. Controleer de opgeslagen uitkomst voordat je een workflow activeert.
De pakketdocumentatie beschrijft lokale mocktests; dat is geen bewijs dat jouw verbinding en workflow zijn getest. De node is zichtbaar geïnstalleerd in een n8n-editor, maar elke eigen werkruimte vraagt haar eigen verbindings- en werkingstest. Houd servicesleutels in credentials en bepaal wie uitvoeringsgegevens kan inzien.
Kom je er niet uit? Stel Jerryt je vraag.