1. Beschrijf de vraag die je met het veld wilt beantwoorden
Begin met één concrete vraag. Welke informatie zoek je nu telkens in een notitie, mail of apart bestand? Schrijf op wie die informatie gebruikt en wanneer. “Welke afwerking hoort bij deze installatie?” vraagt om iets anders dan “Welke afwerking heeft de klant voor deze opdracht gekozen?” De woorden lijken op elkaar, maar de informatie heeft een andere plek en geldigheid.
Een object is in MANE een soort informatie, zoals een klant, opdracht of installatie. Een eigenschap beschrijft dat object. Een verband legt een koppeling naar andere informatie. Gebruik een nieuw veld dus niet als vervanging voor een bestaande relatie tussen dossiers. De uitleg over klanten, locaties en projecten helpt om eerst de juiste plek te kiezen.
2. Kijk wat er al bestaat
Open Instellingen → Eigen inrichting en bekijk de beschikbare objecten en velden. Zoek niet alleen op de naam die jij in gedachten hebt. Misschien bestaat hetzelfde gegeven al onder een herkenbare andere benaming. Vergelijk ook de betekenis: een algemene voorkeur van een klant is niet automatisch de bevestigde keuze voor ieder project.
Is alleen een optie in een bestaande keuzelijst afwezig, dan hoef je daarvoor geen tweede veld te ontwerpen. Gebruik dan de route om een ontbrekende keuzelijstoptie toe te voegen. Een nieuwe eigenschap is bedoeld voor een gegeven dat nog geen passende plek heeft. Laat bestaande gegevens intact terwijl je onderzoekt hoe je de inrichting wilt aanvullen.
3. Kies een naam en type die bij de waarde passen
Voeg de gewenste eigenschap toe bij het gekozen object. Controleer de naam en het veldtype voordat je verdergaat. Geef de naam genoeg betekenis om het veld zonder mondelinge toelichting te begrijpen. “Referentie” kan een klantnummer, besteknummer of leverancierskenmerk betekenen. “Klantreferentie voor deze opdracht” maakt de bedoelde inhoud veel duidelijker.
Vraag bij het type wat je met de waarde wilt doen. Een hoeveelheid is iets anders dan een nummer dat als herkenning dient. Houd bijvoorbeeld een code met een voorloopnul niet voor een rekengetal. Dat is een inrichtingsadvies, geen claim dat MANE ieder verkeerd gekozen type automatisch herstelt. Bij eigen objecten ondersteunt een getalveld volgens de documentatie ook decimalen.
4. Fictief voorbeeld: een herkenbare afwerkingscode
Een fictieve interieurbouwer werkt met een eigen object voor opgeleverde meubelstukken. Bij een servicevraag zoekt zij steeds welke afwerkingscode bij een meubel hoort. Ze besluit die code bij het meubelstuk te bewaren, omdat dezelfde informatie bij latere bezoeken nodig blijft. Een tijdelijke kleurwens tijdens één offertegesprek houdt ze bij die opdracht.
Ze controleert of er al een veld voor de definitieve afwerking bestaat. Daarna richt ze een passende eigenschap in en gebruikt in één dossier de fictieve code AFW-P47. Die code is een identificatie, geen hoeveelheid. Ze bewaart de waarde, opent hetzelfde dossier opnieuw en vergelijkt de inhoud. Dit voorbeeld beschrijft een voorgestelde controle, geen werkelijk uitgevoerd klantproject.
5. Zoek je voorbeeldwaarde op twee manieren terug
Controleer eerst de lijst van het eigen object. De handleiding beschrijft zoeken op de naam en op een ingevulde veldwaarde. Zoek daarom zowel het meubelstuk als AFW-P47 op. Kijk niet alleen of er een resultaat verschijnt, maar ook of dat resultaat naar het bedoelde dossier gaat. Een vergelijkbare naam kan bij een ander exemplaar horen.
Controleer vervolgens de algemene werkruimtezoeker. Volgens de documentatie neemt die ook eigen objecten en veldwaarden mee. Geen resultaat? Controleer eerst de werkruimte, categorie en werkelijk bewaarde waarde. Maak niet meteen een tweede veld of dubbel dossier aan. Open ook de bewerkweergave: bij een eigen object moeten toevoegen en bewerken dezelfde ingerichte velden gebruiken.
6. Vul pas daarna de overige dossiers aan
Werkt jouw voorbeeld zoals bedoeld, spreek dan af welke waarden collega’s invullen en wanneer zij die controleren. Gebruik een herkenbare schrijfwijze, bijvoorbeeld de code op de bevestigde productspecificatie. Een onbekende afwerking laat je herkenbaar onbekend. Een zelfbedachte standaardwaarde maakt zoeken makkelijker, maar kan later een verkeerde materiaalkeuze veroorzaken.
Deze werkwijze is gebaseerd op de actuele MANE Docs, gecontroleerd op 4 november 2026. De appwerking is hiervoor niet zelfstandig getest. Controleer daarom in je eigen werkruimte het bewaren, opnieuw openen en terugzoeken voordat je grotere aantallen bijwerkt. Een goed ingericht veld bewijst waar informatie staat; de juistheid van de ingevulde informatie moet je nog steeds aan de bron toetsen.



